“Geloven is verliefd worden op een idee, Weten is één zijn met het idee waarmee het idee oplost een idee te zijn”

Mensen hebben altijd ergens een geloof in. Geloof is een van de voorwaarden om te kunnen denken, hoezo? Het denken werkt altijd binnen kaders, deze kaders kunnen allerlei zaken zijn maar wanneer het denken betreft welke de materiële werkelijkheid te boven gaan, zoals metafysische postulaten als ‘het leven is (tijd- en ruimteloos)’, kan het denken niet meer met die materiële kaders uit de voeten. Er zullen andere kaders aangebracht moeten worden die metafysisch zijn. deze kaders zijn in hun wezen ideeën.
In het geval van geloof als instituut worden bepaalde ideeën je ook aangedragen, maar waar het in dat geval op neer komt is dat je daar zo verliefd op wordt dat je je met het idee gaat identificeren. Hoe meer je dit doet hoe moeilijker het onderscheid tussen het idee en je gedachte zelf.
In de Advaita is alle denken een introductie van objecten, daarmee ontstaat dualiteit (ik – jij enz.) de enige weg naar zelfrealisatie is het denken laten voor wat het is en daarachter gaan (de waarnemer worden) in een zekere zin is dit hetzelfde als de overgang van geloven naar weten.