Een van de grootste ontdekkingen die een mens kan doen is die ontdekking waarbij je je de gewaarwording van ‘ik ben’ doet en je realiseert dat deze gewaarwording van een andere orde is dan de dagelijkse gewaarwording van bijvoorbeeld je lichaam. Deze gewaarwording veroorzaak vaak een complete verschuiving in je ervaring van wie je denkt te zijn. Het kan, mijn inziens, twee kanten uit: je kan je er voor afsluiten vanuit het idee dat dit toch een volkomen zinloze fantasie is, of je kan tot het inzicht komen dat je iets werkelijks hebt ervaren wat je inzicht in het leven verdiept.
Wanneer je het tweede pad in slaat (zoals ik) kom je gaandeweg tot de ontdekking dat dit inzicht even triviaal als diepgaand is als die van alle mystici-, heiligen en wijzen die je voor zijn gegaan.
Welke inzichten brengt dit tweede pad je?
  • Het inzicht ‘ik ben’ laat je zien dat dit ik-gevoel niet gebonden is aan tijd of vorm. Dit inzicht geeft je de wetenschap dat het leven altijd IS en nooit zal ophouden te bestaan (woorden schieten hier te kort)
  • ‘Ik ben’ betekent ook dat alles wat een begin en een eind heeft niet dit ‘ik ben’ is. Met andere woorden: ik ben niets wat gekend en gedacht kan worden.
  • Doordat ik niet mijn lichaam ben, noch alles wat gekend kan worden, kom ik tot het inzicht dat niets uit de concrete realiteit mijn wezenlijkheid kan raken. Alles wat men van mij vind, en alles wat ik doe is alleen van toepassing op de concrete realiteit, het kan mijn zelf wel bereiken, maar het raakt mijn zelf niet.
  • Alles wat in mijn hoofd (of geest) opkomt ben ik evenmin. In de geest is alles mogelijk, zelfs zonder consequenties in de concrete realiteit maar dit alles is nog altijd iets van de concrete dimensie. Aangezien ‘ik ben’ niets met ruimte en tijd van doen heeft is het dit alles dus niet.
  • Uit het laatste punt volgt dus ook dat ‘ik ben’ niets met ethiek te maken kan hebben omdat het niet (concreet) IS
‘Ik ben’ is puur een gegeven, ‘ik ben’ is zich bewust doordat het het lichamelijke in de wereld door dit middel bewust is. 
Deepak Chopra zegt: “Realiteit is de ongeconditioneerde geest”  wat hij daar mee bedoeld is dat wij mensen de realiteit kunnen ervaren (= zijn) door ons te ontdoen van onze conditionering van de geest.
Er zijn vanuit geloofssystemen en spirituele praktijk diverse wegen naar dit ‘punt’. de bekendste is wel die van het Boeddhisme waarbij je via meditatie je onthecht van allerlei wereldse zaken (= denkbeelden waarmee je je identificeert), een ander pad is die van het christelijk geloof waarbij je door middel van gebed je losmaakt van alle wereldse zaken. ook hier is het weer de doelstelling de geest los te maken van alle denksystemen.
Welk doel heeft dit alles? laten we eerst voorop stellen dat denken in termen van doelen als eerste denken is! wanneer we onszelf willen losmaken van alle denken zullen we eerst moeten onderzoeken wat denken is en hoe ver dit reikt. ook hier is meditatie of het gebruik van bewustzijn verruimende middelen een weg om dit te onderzoeken.
Denken is in ieder geval datgene wat jij nu al onder denken verstaat, dit is:
  • de stem in je hoofd
  • de stroom van gedachten wanneer je je ergens op focust
  • de ketens van denken wanneer je oorzaak en gevolg onderzoekt
  • alle associatieve zaken en ingevingen die je dagelijks hebt
Kortom alles wat je ‘in je hoofd’ doet. maar daar houd het niet mee op! de Vedanta gaat veel verder, die zegt: alles wat je je kunt voorstellen of (via zintuigen) bij je binnen komt is niet jou zelf; het is, met andere woorden, illusie.
William Shakespeare zei het eens zo: “We are stuff that dreams are made of and our little lives are rounded with a sleep” De filosoof Wittgenstein schrijft: “Waarvan men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen” hiermee doelt hij op de ontoereikendheid van taal en, daaraan verbonden, het denken wat zich bedient van het ‘voertuig’ taal.
Deepak Chopra zegt verder dat we met het denken nooit onszelf kunnen begrijpen; het denken is (in mijn eigen woorden) “Denken zal nooit de realiteit en oneindigheid van het universum kunnen bevatten omdat denken werkt op basis van onderscheid, het maakt van alles objecten met een begin en een eind en stelt dan de vraag: wat komt er voor het begin en wat is er na het eind?
Met denken komen we er niet, dat was al duidelijk, maar hoe komen we wel tot onze essentie?

Volgens Nisargadatta Maharaj komen we er door ons alleen te richten op datgeen we zonder twijfel weten, dat is de notie van er zijn ofwel ‘ik ben’ door je te richten op ‘ik ben’ en alleen daar naar te kijken kom je tot de ontdekking wat je allemaal NIET bent (dit kan het denken wel voor elkaar krijgen) aan het eind hou je dus over wat je wel bent, maar dat is niet in denken, laat staan woorden, te vatten.