Vanaf het moment dat ons intellect (grofweg het denken van de geest) ons leven gaat overnemen (wat ergens in de kindertijd gebeurt) wil dit intellect grip hebben op de realiteit en hier controle op uitoefenen.
Wij voelen ons ongemakkelijk bij de continue verandering van het momentele NU. In reactie daarop creëert de geest containers. Containers voor de identiteit en containers voor alles wat daar buiten ligt.
Wij mensen gebruiken voor alles wat we meemaken containers in de vorm van labels om zaken te ordenen en categoriseren.
We gebruiken de labels omdat de geest met weinig moeite de wereld wil benaderen, ze wil, met andere woorden, niet gestoord worden door dat lastige NU wat continue veranderd, en creëert in reactie daar op, een fictieve realiteit die we de psychologische realiteit noemen.
Deze containers zijn een poging van de geest om zaken uit het momentele NU te vangen om ze zo mee te nemen naar elk willekeurig moment. Het idee hier achter is dat de geest maar eenmalig een momenteel aspect hoeft te samplen en het dan oneindig kan gebruiken zonder dat de aandacht continue wordt afgeleid door het momentele NU.
Wat is het moment NU? Het momentele NU is een continue stroom van verandering.
Met behulp van deze labels en het andere begrip identiteit, probeert de mens zich in de continue stroom van het momentele NU vastigheid of een statische vorm te geven.
De geest heeft moeite met de continue stroom van het NU. Door labels en identiteit te hanteren krijgt het intellect het gevoel dat die er toe doet en zich begrijpt. Je ziet hierbij ook dat de onbevangenheid van de mens zoals die in de kindertijd is plaats maakt voor de controlerende en berekenende mens die wordt geleid door dit psychische wereldbeeld en identiteit welke we meestal het ego noemen.
De realiteit is echter heel anders. De realiteit is dat, datgeen wij ik noemen, en alles waar dit ik mee te maken heeft in een continue verandering is.
Alle labels en ideeën over identiteit zijn een poging van de mens om zichzelf te vangen als een statisch object in een veranderende realiteit die wij met ons denken niet kunnen vatten.
Deze hele manier van met de realiteit omgaan is een grote misvatting. Mystici en wijzen noemen dit ook wel de grote illusie.
Met het gebruik van containers en identiteit vervormen wij ons beeld van het momentele NU. Het is alles een poging om het altijd vloeiende nu te vatten en vast te houden.
Dit is een van de eigenschappen van het intellect. het wil alles controleren en begrijpen. Het kan dit alleen door zaken statisch te maken.
Het probleem van labels en identiteit is dat op het moment dat je ze vangt ze alweer verjaard zijn en niet meer corresponderen met de existentiële werkelijkheid.
Na verloop van tijd gaan deze container begrippen en identiteit steeds meer uit de pas lopen met de realiteit.
Op deze momenten ontstaat frictie in geest. Deze frictie geeft aanleiding tot onrust, piekeren, malen en ongemak en wanneer deze zaken niet worden geadresseerd verdwijnen ze in een niche van de geest: het onbewuste deel daar van.
Telkens wanneer we onze containers gebruiken om de realiteit te vatten, zien we niet de existentiële realiteit maar zien we alleen nog de psychologische realiteit. We zijn dwangmatig geworden in het gebruik van onze containers.
De geest wil de containers overal op toepassen in de poging ons leven vorm te geven op de manier zoals wij die willen.
We gaan hiermee volledig voorbij aan de gang van het moment en wat natuurlijk is.
De mens die wordt geleid door ego en labels is een karikatuur geworden van zichzelf. Deze karikatuur is broos van aard omdat alles wat statisch is in de realiteit broos wordt en uiteindelijk uit elkaar valt. Zo zal het met het ego en al zijn intellectuele artefacten ook geschieden. De reactie van de geest is zich continue te ‘vernieuwen’ met nieuwe identificaties, in een zekere zin gaat de geest dus uit noodzakelijkheid stukje bij beetje meebewegen met de existentiële realiteit alhoewel ze dat nooit zal toegeven of volledig zal accepteren. Uiteindelijk vallen deze container objecten hoe dan ook toch allemaal uit elkaar en dan spreken we van een existentiële crisis of dood.