Alleen de notie ‘ik ben‘ is absolute realiteit, al het overige is feitelijk onkenbaar. Onze notie van objecten en wezens zijn louter interpretaties van ‘zijn‘, andere vormen van ‘ik ben‘ die wij proberen te vangen in concepten en ideeën.

Datgene wat zo voor de hand ligt: ‘bewust zijn van…‘ is het meest onvoorstelbare wat wij ons kunnen voorstellen. Dit is een ‘contradictie in terminis’ 
Of om het anders te verwoorden: ‘wij zijn, in prachtige onvoorstelbaarheid van een geheel bestaan op zichzelf, gewaar en in haar notie hiervan verbonden met alles

Een zelf wat zichzelf voorstelt, dat is de essentie van bestaan.

In de illusie van afgescheidenheid (ik en jij) bestaan ik en jij om te ervaren dat ik en jij afscheidingen zijn. Wanneer je over de grens van afgescheiden bestaan heen stapt zal je zien dat alles één is, in één is geen ervaren mogelijk.

Dualiteit schept creatie, creatie zal nooit één zijn en hier altijd naar verlangen in de melancholie van bestaan. Bestaan is de zee van eindigheid, een oneindige verzameling van eindigheid welke zich bewust is van dit feit.

Zonder herinneringen zou er geen notie van identiteit bestaan, alle vanzelfsprekendheden stoelen op geheugen. Doordat we, vanuit het geheugen, dingen herkennen wordt het gekende iets ‘gewoons’ terwijl dat gekende voordat het door jou gekend werd iets nieuws en fascinerends was. 

De kinderlijke notie van het bestaan is ‘er zijn in ongekende notie van de wonderlijkheid van bestaan’