Wanneer ik kan zeggen: wie of wat is de waarnemer in het wezen mens, dan betekent dat, dat 'de waarnemer' óf een proces óf een object is waar tegen aan 'gekeken' kan worden.

Betekent dit dan ook dat de waarnemer niet je essentie is?, daar heeft het in ieder geval wel alle schijn van. Dus met deze notie komt ook de identiteit los te staan van de essentie want je identiteit is ook iets wat je gewaar bent en dat is dus niet de essentie.

Wat is dan de essentie? Zodra we die kunnen beschrijven in positieve termen is het een object en kan dat dus niet de essentie zijn want de essentie definiëren we als datgeen waaruit al het andere voorkomt, volgens deze logica kan de essentie dus niet iets (een object) zijn. We kunnen hooguit proberen te zeggen wat het niet is maar ook via deze weg snijden we, als het ware, stukken van 'al wat is of kan zijn' af dus komen we tot de conclusie dat 'de essentie van alles wat er is' niet te denken en daarmee te omschrijven valt.

Toch valt de essentie wel te ervaren en daarmee ook te kennen want wanneer we 'de waarnemer' worden (in focus (dus door ons niet te richten op het waarnemingsproces) en ons te richten op dat wat waargenomen wordt) zijn we de waarneming; zijn we de beelden-, muziek-, geluiden-, geuren-, structuren en texturen van oppervlakken en smaken gewaar en dat is bewust waar-nemen.

De crux is dus dat we in het denken geneigd zijn elke bewuste waarneming te objectiveren en dan van daar uit conclusies over onze essentie te trekken.

Dus wie of wat ben ik?

  • Ik ben de onzichtbare ziener
  • Ik ben de onhoorbare luisteraar
  • Ik ben de onproefbare  proever
  • Ik ben de on-ruikbare Ruiker
  • Ik ben de on-voelbare voeler

Wie of wat is zich bewust van dit alles?

Kan dat wat zich bewust is ook het gekende zijn? (Is het gekende identiek met de kenner?) Dit lijkt een eenvoudige vraag want je hebt volgens je denken en je intuïtie altijd een subject en een object.

Er is echter één maar:

Alles wat tot 'mijn bewustzijn' komt, komt door het lichaam oftewel de vorm, tot mij. Het lichaam is volledig ingebed in de  concrete wereld of realiteit.
Het lichaam is in een continue wisselwerking met de concrete wereld. Het lichaam kan niet bestaan zonder de concrete wereld.

Een lichaam is uitgebreidheid en als gevolg hiervan altijd een vorm. De vorm van het lichaam is zo in deze realiteit, in een andere realiteit zou ze een andere vorm (kunnen) hebben. Hoe die vorm bepaald wordt (of ontstaan is) is ons niet duidelijk alhoewel Rupert Sheldrake het in deze heeft over 'morfogenetische velden'. Met vorm komt tevens tijdgebonden zijn of bestaan mee. Zodra een tijd-ruimtelijke dimensie wordt geponeerd heb je onlosmakelijk te maken met dualiteit en dualiteit brengt ons weer terug tot subject-object. Is dualiteit dan werkelijkheid?

Terug tot de vraag: kan het gekende (het lichaam inclusief het concrete universum (dat wat we gemakshalve binnen- en buiten noemen)) tegelijkertijd 'de bewuste kenner' zijn? De vraag anders gesteld: is het mogelijk dat kenner en het gekende afzonderlijke realiteiten zijn waarbij 'de kenner' iets kan weten wat niet-zelf of een andere realiteit is? Of de vraag nog anders gesteld: kan binnen buiten kennen? (Of andersom: kan buiten binnen kennen?)

Mijn antwoord moet volgens de logica van mijn denken een Neen zijn…

Met andere woorden: het gekende en de kenner zijn één, de notie dat ze afzonderlijk zijn en bestaan moet daarmee een illusie zijn.

Terug naar de waarnemer en het waar-genomen object: 'ik ben' is de notie die ontstaat uit de zintuigelijke indrukken-, geheugen en gedachten. Kortom 'ik ben' is de ervaring bewust te zijn. De ervaring zelf, echter, is onderdeel van de gemanifesteerde realiteit. Waardoor de vraag open blijft: waar is de waarnemer? Stel deze vraag eens anders: kan de waarnemer van 'al wat is' voor elk gekend en ervaren ervarings-object een equivalent hebben in de vorm van waarnemers? Met andere woorden: heeft elk bewust gekend object in de realiteit één corresponderende waarnemer? Deze vraag lijkt mij absurd!

Mijn persoonlijke conclusie is: neen, er is maar één waarnemer welke alles wat er is ervaart. Hoe kan deze ene waarnemer 'alles wat er is' waarnemen? Kan die dat door te bestaan in de tijd-ruimtelijke dimensie? Antwoord; neen! Dus de conclusie moet zijn dat de waarnemer (of eigenlijk, dat wat 'verwijst' naar dat wat zich bewust is van 'al wat is' ook wel Zijn genoemd) geen begin en geen eind heeft en niet bestaat als vorm. Het Zijn is, maar kan nooit gekend worden. Een tweede vraag die hierbij opkomst is echter dat het Zijn buiten de ruimte en tijd staat en voorbij het denken, is dit een andere dimensie? Het antwoord moet net als op de eerdere vraag (of het Zijn niet-zijn kan kennen) een Neen zijn. Het is nog altijd dezelfde dimensie.

Deze gehele exercitie toont ons de moeilijkheden waar we tegen aan lopen wanneer we met behulp van alleen intellect proberen het vraagstuk 'bestaan' te benaderen. Je ziet: het intellect komt er bijna, maar het is net als in de Natuurkunde met het bereiken van het absolute Nulpunt: het intellect komt er bijna maar zal het nooit echt kunnen raken.

De wetenschap zoals die sinds de renaissance beoefend wordt (het materialistische paradigma) is, mijns inziens, volstrekte waanzin: waarom? Vanwege het feit dat we onszelf, het leven en alles, willen kennen door alleen 'de vorm' ervan op te meten te en deze op basis van de gemeten eigenschappen te plaatsen in een platte matrix (platland is de term die Ken Wilber hiervoor gebruikt.) welke maar twee dimensies kent. Deze wijze van weten-schap negeert alle ervaring van alle levende wezens welke niet door objectivering opgemeten kan worden.

Het is wat mij betreft analoog met een brood te willen snijden met behulp van een pakje boter.

Met dit pleidooi hoop ik aan te tonen dat de wetenschappen in hun tocht tot volledige kennis van al-wat-is tekort schieten in de aanpak, ze kan onmogelijk de 'innerlijke wereld' uitsluiten van het weten omdat het anders onvolledig weten is. De wetenschappen moeten, mijns inziens, ook de innerlijke (inclusief spirituele) componenten accepteren en integreren in het wetenschappelijk paradigma om zo tot volledige kennis te komen van de Kosmos.