Wat een begin heeft, heeft een einde. Leven is het tegenovergestelde van niet-leven of dood. Leren inzien dat elk object vervat is in haar tegendeel doet je inzien dat er altijd twee kanten aan de spreekwoordelijke munt zijn. Zo is het ook gesteld met het lichamelijk bestaan, je bestaat bij de gratie van niet-bestaan ander zou er niets zijn. In wezen is het gehele bestaan dus vrij simpel: het is Yin-Yang alles gaat in haar tegendeel over en dit proces is oneindig. dit gebeurt op kleine schaal tot aan kosmische proporties.

266px-Yin_yang.svg

Alles in de wereld (de alledaagse realiteit) kent twee kanten; de positieve- als ook de negatieve , Zijn tegenover Niet-Zijn. Deze twee kanten (eigenlijk zijn het polariteiten) zijn in elkaar verweven en zouden zonder elkaar dus niet kunnen bestaan, dit is het wezen van dualiteit.

Al deze zaken zijn manifestatie vanuit het al-ene (ook wel absolute, God enz. genoemd) en alleen kenbaar in dualiteit wat de modus van onze geest is. De geest of beter gezegd: het intellect of verstand kan alleen overweg met dualiteit, eenheid is een begrip wat alleen begrepen kan worden door er verdeeldheid tegenover te stellen.

Je realiseren dat alles wat je denkt-, hebt-, bent resulteert in de realisatie dat je je zaken hebt aangemeten die niet-jij zijn. Het lichaam hebben we in bruikleen om dit alles te kunnen realiseren. Onze essentie is niet gelegen in de dingen en de wereld van uiterlijkheden, noch in de dimensies van denken en voelen. Dat wat leven is, is onkenbaar en onuitsprekelijk. Het is die eenheid van Zijn die het denken vanwege haar dualistische natuur nooit kan begrijpen.

Ons intellect zoals we dat kennen legt met haar denken een mentale film over de realiteit heen en ziet het resultaat vervolgens aan als werkelijkheid. Dit doen wij mensen de gehele dag door. We hebben niet of nauwelijks in de gaten dat we acteurs zijn in onze eigen film en het script geschreven is op het zand van het strand. We zijn ons nauwelijks bewust van onze sterfelijkheid en eindigheid. We klampen ons vast aan dingen en gedachten die allemaal stuk voor stuk de helft zijn van een eenheid die tegelijkertijd ons niet-bestaan inhoud. Dit is wat de Boeddha onwetendheid noemt.

Er is maar één notie (ik kan niet zeggen ding) die altijd, maar dan ook altijd overeind blijft en dat is die van bewustzijn van bestaan. Inzien dat we Zijn en dat dit Zijn onuitwisbaar is omdat het nooit als zichzelf manifesteert is het inzicht hebben dat de grond van het gehele Universum bewustzijn is.