Ons dagelijks leven is een komen en gaan van gewaarwording van dingen, de verandering is de enige constante in het ‘buiten je’.

Wat is het centrale ‘vaste’ punt in dit alles?
Dit ‘vaste’ punt of het centrum van de onmiddellijke gewaarwording is de realisatie: “ik ben”.
Vanuit dit startpunt is het gehele bestaan waargenomen en vanuit dat waarnemen ontstaan noties zoals: ‘ik ervaar de wereld vanuit dit lichaam’ en ‘ik lijk eigenschappen te hebben’ daarnaast kun je je allerlei zaken ‘buiten je’ toe-eigenen en zeggen dat ik dit kan-, dat doe enz. Wat is dat alles, is het bestendig? NEEN. En wat is dat alles gewaar, is dat veranderlijk of onbestendig? NEEN!
Het is juist deze ‘achtergrond’ waartegen de ‘bioscoop beelden’ van het leven vallen en waardoor ‘ik’ gewaar kan zijn.

Is er een ‘ik’ als in ‘dit ben ik’, kijk er eens heel goed naar en probeer eens te zien waaruit dit ‘ik’ bestaat. Zie je het? Het is dit onmiddellijke gewaar worden, het zijn de gedachten en herinneringen die hiermee opkomen. Zie je dat het ‘ik’ een bundel veranderlijkheid is wat zich voordoet op dit moment (en elk moment dat je aandacht er op gevestigd is)? Dit zogenaamde ‘echte ik’ of persoon wat je meent te zijn is een illusie! Wat is er dan wat dit alles gewaar is, is dat ook een illusie? Nee natuurlijk niet, de notie dit alles gewaar te zijn is de ultieme realiteit, weliswaar kan de inhoud onbetrouwbaar zijn maar dat ik nu dit gewaar ben kan niet in twijfel getrokken worden, zelfs als je dit betwijfelt is er nog het gewaar zijn van deze twijfel die altijd iets is in mij. Dit is finaal, hier kan niets tegenover gezet worden.

Ik ben de wereld gewaar door dit lichaam, het is niet dit lichaam dat dit gewaar is, het lichaam is louter het instrument om gewaar te zijn van de wereld waar het lichaam aan toebehoort. Kenner en gekende of waarnemer en waargenomen-e zijn onverbrekelijk met elkaar verbonden als Yin-Yang, deze twee-eenheid is het wat relatief gezien dualiteit bewerkstelligd maar bezien vanuit de getuige (uitgezoomd) van dit alles één. Deze getuige ben ik, maar niet als object wat ik nimmer kan zijn. Ik ben, en ben louter dat; pure subjectiviteit alleen zo kan ik objectief de wereld ‘bezien’ maar dat wereldje is mijn zien, mijn afbeelding.
Ik ben nooit geboren en ga nooit dood want ik ben onveranderlijk, alleen dit lichaam waardoor ik nu de wereld waarneem is geboren en gaat dood. Zie wat het is: de wetenschap heeft nimmer een ‘ziener’, ‘toehoorder’,’proever’,’voeler’,’ruiker’ of’ denker’ als concreet object gevonden en zal dat nooit doen omdat diegene die wetenschap beoefend zelf de wetenschapper is die niet zichzelf kan ontleden, net zomin het oog zichzelf kan zien.

Waarom ervaren wij onszelf als op zichzelf staand? Omdat waarnemen van nature naar buiten is gericht, en met deze richting kijk je door deze vorm (lichaam) en lijk je alleen deze vorm gewaar te zijn (als een soort raamwerk of omlijsting), wanneer je de boel omdraait (en van buiten naar binnen gaat kijken) zal je je Zelf zien, dit Zelf is doorgaans bedekt met allerlei gedachten, gevoelens en herinneringen maar wanneer je je los weet te maken van dit alles zal je de leegte zien, zal je ‘Zelf’ ervaren als ongemanifesteerd. Dit is wat er bedoeld wordt door de wijzen en goeroes die zeggen; verleg de aandacht van buiten naar binnen.

“Kijk in mijn ogen en zie de leegte naar je staren”