Dit onmiddellijke hier-en-nu is wat ik ben, nooit te vangen in concepten maar altijd beschikbaar omdat ik het zelf ben.

Deze onmiddellijkheid is direct daar, het niet in woorden te vangen: ‘Ik ben’ verwijst naar deze onmiddellijkheid die dus uitgesproken of uitgeschreven zoals hier een dood ding is verworden. Het is precies daarin gelegen: het levende verword de dood in de act van het grijpen of begrijpen. Je kan het alleen zelf ervaren in de manier van ervaren waarbij je alleen gewaar bent, zonder daarvan een idee of concept te maken. Je kan hier boeken over vol schrijven, je kan hierover dagen praten. Waar het om gaat is dat je het daarmee duid, zonder het ooit te kunnen raken. Woorden zijn in absolute zin waardeloos, de waarde van ‘het woord’ zit hem in de verwijzing naar de onmiddellijke realiteit die iedereen direct herkent.

Liederen, gedichten en beeldende kunsten kunnen ook verwijzen naar deze concept-loze staat van Zijn, het huist in dit moment, dit moment waarop deze woorden voor jou als lezer een glimp van herkenning oproepen. Het lichaam re-ageert altijd op dit onnoemelijk Zijn door gevoelens en emoties en soms gedachten of ideeën, maar zie dat het altijd een reactie achteraf is op iets onmiddellijks.

Dit alles is waarneembaar voor jou en mij want wij zijn in wezenlijke herkenning van het onmiddellijke, onszelf gewaar van onszelf. Wij zijn die ervaring, wij zijn die dingen, wij zijn die liefde-, angst, woede-, geluk, dat grijpen, dat verlangen, dat wensen en dat wegduwen, wij zijn de gehele wereld met alles daarin en daarbuiten, wij zijn al die dingen die we innerlijk noemen direct gewaar, wij ZIJN dat direct gewaarzijn in de oorspronkelijke staat zonder dat dit een idee of gevoel oproept, want dan is de onmiddellijkheid weer overgegaan op nieuwe onmiddellijkheid die net zo ongrijpbaar en net zo ontastbaar is als alles wat waarachtig is.

Waarachtig zijn is nogmaals nimmer te vangen in woorden-, beelden, gevoelens en emoties want die dingen zijn de waarachtigheid zelf, gemanifesteerd als dat wat ongemanifesteerd manifest wordt in het moment dat ze ‘overgaat’ van dit naar dat, maar begrijp dan telkens weer dat het niet dat beschreven of verbeeldde is want dan is de ‘act van manifestatie’ het leven al weer verdwenen.

Ik ben, en ben tegelijkertijd al niet meer die ik ben die ik dacht te zijn, dat is de kosmische grap. De grap die zich telkens weer herhaalt en de waarachtige herkenning in onze wezenlijkheid doet glimlachen bij de idee er van.

Het enige wat in deze woorden of welke uiting dan ook gevangen is, is de verwondering die de onmiddellijke aanschouwing van Ik als ZELF ons geeft.

Namaste aan ieder wezen in het universum.