Onze manier van leven, ingegeven door iets onnoemelijk wordt een benoemde wereld in ons denken. In de benoeming van de ‘dingen’ scheiden we tegelijkertijd onszelf als ‘onafhankelijke waarnemer’ af van ‘de dingen’ en hebben we nota bene de arrogante houding aangenomen van rechter- en maatgever van alle standaarden en definities.

Het denken van de mens is een monstruositeit geworden, bedoeld om ons met praktische zaken te helpen en te onder-scheiden hebben wij de totale controle over ‘ons bestaan’ uit handen gegeven. Verblind dat we zijn door deze eenzijdige aandacht op ons lichaam en de wereld van de dingen daar buiten, dat punt in de driedimensionale ruimte waarmee wij ons vereenzelvigen, zijn we vergeten dat deze eenzijdige aandacht ons helemaal los rukt van de werkelijkheid. Waarachtig zijn is niets anders dan dat zijn, zonder ideeën en alle afgeleiden daarvan.

Vergis je alleen niet in onze kijk op de wereld, die is wel degelijk waar voor de waarnemer op dat vlak, op die schaalgrootte. Wat daarmee bedoeld wordt is dat een blik vanuit een wezen welke een afmeting van een olifant heeft, een andere schaalgrootte impliceert dat de blik van een muis of die van een amoebe. (Voor zover die zien)

Protagoras, een wijs man uit het oude Griekenland, zei als eens: ‘de mens is de maat van alle dingen’, hoe juist is dat! Hier komt die verblinding terug, we zien eenvoudig over het hoofd dat onze blik naar de wereld alleen de onze is, we kennen ook alleen die blik, welk recht hebben wij dan te zeggen dat wij weten wat waarheid is, afgezien van het feit dat waarheid samenhangt met je standpunt (daar is die weer) en daar bovenop gekleurd wordt door onze zintuigen en het denken, weer daar bovenop.

Feit is dat we zo veel weten van de fysieke of materiële werkelijkheid en niets van de werking van die wereld, want wat weten wij nu werkelijk over onze manier van waarnemen? Wat weten wij nu werkelijk over ‘het doen’ in de wereld en hoe die acties ontstaan? Wanneer wij eens serieus zouden kijken naar die zogenaamde kennis zouden wij ontdekken dat we maar een heel klein beetje weten over onszelf en die wereld en dat die kennis alleen van toepassing is op de dualiteit die hier zo ogenschijnlijk overduidelijk aanwezig is.

Maar ook hier is de verblinding overduidelijk voor degene die echt ziet. Dualiteit is een idee, een mentaal product. De mentale wereld, de wereld van de ogenschijnlijk soliede objecten en lichamen, is een geprojecteerde wereld die niet van buiten tot ons komt maar die juist vanuit onszelf op ‘het doek van de wereld’ wordt geprojecteerd. Dat licht wat die projectie doet is het bewustzijn , welke, op andere manieren ‘gezien’ zich voordoet als energie, of weer anders als liefde.

Die werkelijkheid die jij en ik zo vanzelfsprekend vinden, is alleen maar een vinden, een vondst van een kind dat opgroeide in een onbegrijpelijke wereld en er zijn eigen vanzelfsprekendheid in legt in de vorm van patroonherkenning en structurering in de vorm van namen en vormen.

Zelfs onze manier van uitdrukken zoals onder meer dit schrijven is het vormen van beelden en ideeën welke we in deze woorden uitdrukken. Anders is er het vormen van beeldende kunsten, muziek, brood bakken huizen bouwen, zie dat we alles vorm geven, wij zijn vormgevers, maar we zien dat niet.

Stom hè, maar ik vind het gewoon lekker.