Het bestaan of dit bestaan wordt ‘begeleid’ door besef van bestaan, dit besef welke een vorm van gewaarwording is, ontstaat door beweging of verandering. Als je spreekt over beweging of verandering dan wordt dat gedaan vanuit een referentie. Alle gewaar zijn bestaat bij de gratie van tegendelen of afwijkingen van het ene en het andere. Dit mechanisme wordt dualiteit genoemd

(het) Gewaar zijn is een soort proces, een notie van dualiteit ontstaat, de grote filosofische vraag is altijd al geweest: waar of in wie of wat ontstaat dit gewaar zijn? Deze vraag duid op onbegrip van de notie en stelt daarop, direct bij het stellen van de vraag, een subject neer die een object ervaart of opmerkt. De gehele beweging van die wisselwerking van subject en object kan ook weer worden waargenomen en daarmee lijken we weer terug bij af. De moeilijkheid in deze ‘exercitie’ zit hem in het feit dat er ‘iets is’ waarvan schijnbaar een notie van is genomen. In wezen is dit verhaal het denken zelf wat zich van zichzelf bewust wordt in de act.

Denken lijkt in zichzelf te zijn opgesloten want het denken brengt alleen maar vragen naar voren waar het denken dan weer schijnbare oplossingen voor kan bedenken, die weer op hun beurt vragen opwerpen. dit proces kan eindeloos door gaan totdat je je gewaar wordt van dit proces en er uit stapt. Kom nu alsjeblieft niet aan met de vraag: ‘wie of wat stapt waar uit?’ want dan zit je weer in het denken. Nee de gewaarwording van dit proces heet bewustwording of bewust zijn. Dit bewust zijn vind plaats (wat kwa uitdrukking in woorden weer een ruimte met punt bepaling voorstelt), het vind plaats en in dat plaatsvinden ontdekt het zichzelf in dat proces, het is als een soort Baron von Münchhausen truc welke zichzelf aan zijn haren uit het moeras trok.

Bewust zijn kan dan ook alleen er zijn bij de gratie van dualiteit, in die dualiteit is dat Zelf zich gewaar. Zonder die dualiteit in welke vorm dan ook houd alle bestaan op, dan is er niets of beter gezegd niet-iets meer. In dat bestaan is er constant activiteit, waarvan het zich gewaar wordt door indrukken of door gedachten. Wanneer er (op wat voor manier dan ook ) een lichaam bij betrokken wordt ontstaan ook gevoelens in dat lichaam. (hoe dit proces werkt en waarom of waardoor, is wellicht filosofisch zeer interessant maar mij onbekend laat staan dat het een mens ooit bekent zal worden)

Als identiteit (dat wat dit alles gewaar is) ontvallen je deze zaken als denken, voelen en gewaar zijn van indrukken. Het is voor een ongeconditioneerd wezen gewoonweg daar. Een dier zal zich gewaar zijn van voedsel, de grond, andere dieren en wezens enz. maar een dier is zich niet bewust van zichzelf. Een zogenaamd zelf-bewustzijn ontstaat zover ons bekend alleen bij mensen (hoe dat in zijn werk gaat is weer een onbeantwoordbaar filosofisch uitstapje wat hier niet behandeld wordt) maar een bekend fenomeen is wel dat bij de mens gaandeweg een identificatie plaatsvind met dat wezen en er een denken ontstaat wat zich van zichzelf bewust is als in een handelend-, denkend en voelend lichaam. Dit gehele handelen, denken en voelen is een bundel van activiteiten welke zich zelf bewust is bij de gratie van geheugen. Zonder geheugen zou die gehele identificatie nooit hebben plaatsgevonden, dan zou er alleen maar NU zijn, en dat is het.

Juist door die identificatie wordt het leven van een wezen als de mens een ding (in het geheugen) een ding wat onderhouden moet worden, wat ‘ zelf denkt’ en wat ‘zelf voelt’ dat ding dat ben jij dan en jij denkt dat jij de initiator van alle denken, voelen en daaruit of van daar uit komend doen ontstaat.

De grote (kosmische) grap is dat alle doen en alle gevolgen daarvan gewoonweg plaatsvinden in de wereld zoals je die kent. In de meditatie kan je er achter komen dat dit bestaan die gehele bundel van denken, voelen, ervaren enz. iets is wat plaatsvind en waarbij het lichaam betrokken is doordat het zich klaarblijkelijk rondom dat lichaam af speelt. Het mooie hier van is dat het allemaal bewegingen zijn in dit gewaar zijn. wanneer je tot dat punt komt, ontdek je dat het gewaar zijn van de wereld met alle inhoud is als een pot met vloeistof (er zijn ook vele vergelijkingen met de zee en golven die daar op drijven). In die vloeistof drukt zich de gehele wereld uit en als je niets doet, doet het zichzelf en gebeuren er alledaagse dingen. Wanneer je je als denken een idee vormt dat jij dingen doet is dat te vergelijken als een lepel vastpakken en met deze lepel in de pot gaan roeren. Er komen dan allerlei dingen naar boven en het denken heeft daarbij het idee dat zij dat doet, maar de kneep is nu juist dat dat roeren in de pot een idee is, je gaat mee in de processen in de pot en hebt het idee dat jij dat doet, maar het doet zichzelf. Of je nu roert of niet, de beweging die blijft, kunst is niet mee te roeren want die beweging, bevestigd door de ervaring, zal leiden tot lijden.

De gewaarwording van identiteit is onvermijdelijk bij bewust zijn. de grote verwarring in vele mensen is dat deze identiteit wordt verward met denken over identiteit. wanneer er gedachten zijn  over identiteit is er door de act van het denken een scheiding aangebracht tussen de gewaarwording en datgeen waargenomen wordt. Denken wordt een ik door overdenken van identiteit. Gewaar zijn kan onmogelijk onafhankelijk van standpunt of ‘point of view’ want anders zou er niet-iets zijn of anders gezegd, zou er alleen een al-een of anders gezegd ‘iets’ zijn wat geen dualiteit inhoud.

Bewust zijn is dus notie hebben van… , opgedaan vanuit een ‘point of view’, dat is (het) Zelf of IK, een notie van Zijn die onafhankelijk is van alles, maar dit alles gewaar is vanuit ‘zichzelf’.
IK bestaat dus wel en tegelijkertijd niet want IK is Brahman, is God, is Liefde of welk woord je er maar voor wil gebruiken om het te duiden. IK ben verwijst dus naar totaal ‘iets’ anders dan ik ben in de gebruikelijke zin van het woord. Verwar deze twee ikken niet maar ben je bewust van het feit dat ik niet zonder IK kan bestaan,maar dat IK wel degelijk zonder ik kan bestaan.