Datgene wat het ‘ik ben’ bewerkstelligd (of anders: ‘veroorzaakt’ alhoewel dat een verkeerd begrip is maar voor de meeste mensen begrijpelijker) is dat wat vooraf gaat aan dit ‘ik ben’. Deze gewaarwording verschijnt in DAT, Dat wat niet te duiden is anders dan datgene ‘waarin’ alles verschijnt.

DAT gaat vooraf aan zijn, denken, en voelen. DAT is de ‘oorzaak’ van alles, doch kan je niet zeggen oorzaak omdat DAT altijd IS, dus oneindig, tijdloos is. Oorzaken hebben gevolgen en elk gevolg is dus weer een oorzaak van iets, daar elk gevolg eindig is, is elke oorzaak ook eindig. Om die reden kan DAT waarin alles verschijnt geen oorzaak zijn daar alles altijd in alle tijden en in alle mogelijke gedaanten IS, als DAT oorzakelijk was zou het ook eens ophouden te bestaan en zou Alles niet meer kunnen zijn.

Hoe kan ik dan zeggen dat DAT ikzelf is? Omdat alle gewaarwording in mij is, alles verschijnt aan mij! Ik ben de getuige van dit gewaarworden, dat gewaar worden is altijd in mij en zal altijd in mij zijn, de gehele wereld verschijnt in mij, dat kan niet anders dat is onze alledaagse realiteit. Ik ben DAT.