Bij onze geboorte van het lichaam (of eigenlijk bij de conceptie, of eigenlijk vanaf het eerste moment van ontstaaan van wezens en vormen) ontstaat een situatie waarbij ‘the fabric of the universe’ uit balans wordt getrokken.

Hoezo een dis-balans? Omdat het wezen van de natuur of ‘the fabric of the universe’ altijd in balans wil komen. Op een of andere wijze (omdat ik wil bestaan) ontstaan er vormen en wezens zodat IK mezelf als bestaand wezen gewaar kan zijn.

Het gekke is dus dat aan de ene kant ik mezelf wil ervaren in vorm en aan de andere kant is er de behoefte aan totale rust welke in wezen de extinctie is van alles wat bestaat. Het is om deze reden dat Nisargadatta Maharaj zei:

Wanneer ik weet dat ik niets ben is dat wijsheid en wanneer ik weer dat ik alles ben is dat liefde en tussen deze twee beweegt mijn leven.

Dus is zelf-realisatie niets meer of minder dan weten dat je tegelijkertijd alles EN niets bent. Bestaan is een dynamische relatie tussen deze twee. Je kan er oneindig lang over praten en met anderen van gedachten wisselen maar bottom line is het gewoonweg de afwisseling tussen bestaan en niet bestaan die deze hele realiteit vorm geeft. En ook weer geen vorm, zie je?