Een van de belangrijkste punten van zelfrealisatie is dat je je er van bewust wordt dat de geest waarin dit allemaal afspeelt jouw eigen unieke geest is. Ze kan zich niet delen met een andere geest want dan zou ze in haar eigen hoedanigheid vergaan. Om deze reden is het van het grootste belang om zuiverheid van denken en waarnemen te verkrijgen want alleen op die manier kan er onderscheid gemaakt worden tussen echt en onecht. Wat is echt? In het kort is het dat wat onveranderlijk en altijd hetzelfde is. Het is datgene wat dit dus gewaar is. Dit wezen (want dat is het) zijn wij allemaal maar de kosmische grap is dat wij de illusie hebben dat wij een afgescheiden individu zijn. Door dit idee ontstaat dualiteit en daarmee ontstaat de mogelijkheid van alle problemen die wij mensen kennen zoals ziekte, pijn, lijden en illusies. Door de dualiteit zijn wij onszelf gewaar, dualiteit is de ‘ondergrond’ van het bestaan zoals we dit hier op aarde kennen. Dualiteit is neutraal in de zin dat ze noch goed noch slecht is. Dualiteit is gewoonweg de werkelijkheid zoals we die dagelijks ervaren.

Dus dat wat echt is, is dat wat dit alles gewaar is. Is daarmee dat wat waargenomen word ook echt? Vanuit de waarneming is dit onmiskenbaar zo maar toch zeggen we wel dat een droom onecht is vanwege het feit dat het een droom is, de vraag kan oprecht gesteld worden: is de droom echt, of is het wakker zijn echt? Wat maakt het onderscheid tussen die twee? Het is dat wat we IK noemen.
Dan is er nog een ander interessant fenomeen: de perioden tussen een droom en wakker zijn in: dit zijn perioden of momenten dat we ons niet bewust zijn van onszelf noch de omgeving. In die staat is er geen ervaren. Toch weten we dat die staat bestaat omdat we daarna tot het inzicht komen dat we zojuist die manier van zijn hebben doorgemaakt. We zijn als het ware er doorheen geteleporteerd want we hebben de notie dat we van de droom door iets of niets naar het wakker zijn gekomen en dat dat wat dit ervaart een-en-dezelfde is. Wat nog meer frappant is dat we tussen elke gedachte ook zo’n moment van niet-ervaren hebben. We weten dit omdat elke gedachte een begin en een eind heeft en er dus iets tussen zit omdat we continuïteit ervaren. Het is juist door die ervaring van continuïteit dat we er weet van hebben dat we bestaan, ik besta want ik ben!

We ervaren onze gehele waak- en droom perioden is ons leven dit bestaan. Dit ervaren is van zintuigelijke aard en alle afgeleiden ervan zoals denken en voelen en dit zijn zaken die tot ons komen. De vraag ontstaat wat komt tot wat? Is er zoiets als binnen en buiten? Van onze ouders, school en de samenleving krijgen we allemaal te weten dat dit zo is, dit komt door het idee dat we afgescheiden individuen zijn maar we hebben al eerder geconstateerd dat er niet zoiets bestaat als een afgescheiden individu en daarmee is hierbij geconcludeerd dat er geen binnen en buiten bestaat. Het is niet-twee en ook niet één omdat het idee van één een object verondersteld wat dan weer een buitenwereld kent en zich daarin bevind. De onthutsende conclusie moet dus zijn: jij en ik zijn niet-twee gelijk de Indiase filosofie van de non-dualiteit waarin louter en alleen gesproken word over adviata wat niet-twee betekent.

Wat is dus echt? Dat! En ik ben Dat.

Waarom hebben zo veel mensen dan allerlei problemen? Alvorens we die vraag kunnen beantwoorden moet het eerst duidelijk zijn wat een probleem is. Welnu een probleem is een een status van iets of iemand die niet klopt, komen we daar verder mee? Niet echt want wat betekent het dat iets niet klopt? Het is een weten dat het zo is, met een mooi woord intuïtief weten we of iets klopt of niet klopt. Hoe komen we aan die kennis? Het is veelal ervaringskennis waarbij we weten dat dit altijd op dit volgt enz. Maar daarmee weten we nog niet waarom en of dit altijd waar is. De filosoof David Hume toonde al aan in zijn filosofie dat we dit niet kunnen weten. Het denkvermogen maakt een ongeoorloofde sprong van dit naar dat en legt de koppeling als een weten vast in het geheugen. Dus de filosofische vraag ontstaat ‘waarom weten wij dat het zo is?’ Het is dus in wezen de vraag naar de aard van intuïtie. Wat deze filosofische uitweiding dus daarnaast ook tot gevolg heeft is dat wij ons weten niet aan het denken- maar aan onze intuïtie te danken hebben.

Dus: wat is intuïtie? Intuïtie is het wezen der dingen zien, het is zien dat water stroomt zoals ze stroomt, het is dus een zien dat alles in het universum stroomt zoals het stroomt en daarmee dus kan zien dat dingen gewoonweg zo stromen zoals ze doen. Dat is de reden dat ik weet dat brood ook morgen voedzaam is (het voorbeeld van David Hume) en dat ik pijn voel als ik met een hamer op mijn duim sla.
Nu we dus een begrip beginnen te krijgen van intuïtie kunnen we een begrip krijgen van de aard van een probleem. Zoals gesteld: intuïtie merkt op dat iets niet klopt (incongruentie) en deze notie komt in de geest in contact met je persoonlijke voorkeuren en behoeften. Van daaruit ontstaat frictie of wrijving. Er is met andere woorden een mentale situatie aan het ontstaan die me niet bevalt. Wanneer ik besluit dat dit niet bevallen me te veel word ontstaat een situatie waarbij ik het idee krijg dat er iets aan moet veranderen. Wanneer dit niet tijdig lukt, of het oplossen ervan ligt buiten mijn macht, dan ontstaat er een probleem, maar alleen dan als ik de situatie niet accepteer zoals die is. Een probleem heeft dus zijn basis in niet accepteren van een situatie, een probleem kent zijn oorsprong, met andere woorden, in verzet of weerstand.
Waar komt dat verzet vandaan? Ze ontstaat in de geest, dat is duidelijk en ze is dus van geestelijke aard (zoals feitelijk alles van geestelijke aard is) het is een vorm van botsing, energetisch gezien kan je spreken van de vermenging van energieën van verschillende vorm die resonanties en uitdoven veroorzaken. Dit energetisch gedrag wordt ervaren en op een of andere manier als ongewenst gelabeld. De manier waarop daar vervolgens gereageerd wordt is die van de conditionering die wij hebben opgedaan inzake dit specifieke geval. Je reageert bijvoorbeeld boos als je ziet dat een dier word mishandeld.

Strikt gezien is mishandelen een label en dit label bevind zich in een soort mentale ruimte die we vaak als ego aanduiden. Wat non-dualiteit betreft is er gewoonweg wat er is: daar wordt niets van gevonden, het komt op, is er en ebt weer weg als de golven van de zee. In onze individuele geest ontstaat dus een verzet en dat verzet is de oorzaak van ons lijden en de pijn die daaruit voortvloeit.

Nu kunnen we de vraag beantwoorden over de problemen in de wereld. Zoals zojuist geconcludeerd ontstaan problemen bij een verzet tegen dat wat er is. Energetisch hebben we gezien dat verzet een reactie is op resonanties en uitdoving van diverse energieen in ons lichaam. de ene vorm van energie is ‘prettig’ of stimuleren voor het lichaam,de andere niet. in onze geest is de representatie van deze processen een voelen, en van daar uit komt onze reactie als hierboven beschreven. Is er een manier om dit soort situaties op een gezonde manier aan te gaan? is er een methode of procedure om dit soort situaties voor te zijn of uit de weg te gaan?
Op die laatste vraag is alleen een nee te geven want we kunnen pas ergens op reageren wanneer het er is, niet op iets wat we niet kennen of ervaren maar er is wel degelijk een manier om problematische situaties op een gezonde manier in te gaan. De sleutel ligt in de benadering van de situatie. Wat zijn de kenmerken van een problematische situatie? ze zijn te herkennen door opmerkzaamheid en vlijmschrep onderscheid. De basis van een problematische situatie is te herkennen aan een lichamelijke- of geestelijke reactie die optreed. De kunst is deze opmerkzaamheid dusdanig te trainen dat er geen automatische reactie (zoals bijvoorbeeld een geconditioneerde-) op volgt. Hiervoor is enige psychologische kennis benodigd over de werking van de geest en de koppeling die de geest heeft met het lichaam. (het lichaam reageerd machinaal op de geest, als je bijvoorbeeld denkt: ik til mijn arm op, gebeurt dat ook, het lichsam is direct gekoppeld aan de geest en volgd deze) Daarnaast is het van belang dat je voor jezelf onderzoekt waar je voorkeuren en behoeften liggen en hoe je daar op reageerd, het doel van dit onderzoek is te ontdekken wat je conditioneringen zijn en hoe ze werken.

De (individuele) geest is ons allen goed bekend, ze is als het ware een zeer goede vriend of vriendin die altijd bij ons in de buurt is met raad en daad. Wat de meeste mensen echter vaak niet weten is wat de aard is van de geest. dit is ergens wel logisch want op school en in contact met anderen geschied bijna alles vanuit die geest. (dit is vooral op de westerse mens geschreven die al vroeg leert dat alles met (juist) denken te realiseren is) Wat is ze dan in wezen? laten we als eerste vaststellen dat de geest geen object is, het is een verzamelnaam voor dynamische processen die in ons geschieden. Waarin presenteert de geest zich? In jou en mij, kortweg binnenin IK. Wat is die IK (met hoofdletters) het is de directe alledaagse ervaring er-te-zijn. Het gevoel ‘ik ben’ dit gevoel heeft ieder levend wezen en is onmiskenbaar, ze is er altijd en kan onmogelijk genegeerd worden omdat ze de essentie is van jou en mij. Geest is dus een manifestatie in mij en jou, en daarmee is ze als bewustzijn en deelt ze dezelfde aard.

Dankzij geest ben ik me bewust van mijzelf en dankzij geest kan in waarnemen en me gewaar zijn. Geest is zoals Rupert Spira het omschrijft: een vrijwillige contractie van bewustzijn. Andere leraren spreken over geest als een pulseren van bewustzijn, het is te vergelijken met een oceaan (bewustzijn) en de beroering er in zoals stromingen en golven welke dan de geest voorstellen.
De aard van de geest is dynamisch en ze is altijd in beweging, binnenin ons uit de geest zich in de vorm van gedachten en gevoelens en ook gewaarwording die worden gevoed door de zintuigen of het geheugen. De geest is altijd ‘rusteloos’ en in beweging en dat is noch goed, noch fout, dat is gewoon zo. Wanneer de geest zich op objecten richt ontstaat een vernauwing (of focus) in bewustzijn van de waarnemer en door deze vernauwing ontstaat het besef dat niet het geheel wordt omvat, van daar uit kan het idee ontstaan dat de geest afgescheiden is (geraakt) van het geheel, en wanneer jij je daar mee in laat ontstaat en identificatie met deze toestand: je gaat denken dat jij in essentie afgescheiden bent van al-wat-is. Laat me hier heel duidelijk zijn: dit is een idee! Jij bent niet het idee omdat die wordt waargenomen maar de kunst is dus om hier het inzicht en onderscheid in gewaar te worden dat het alleen maar een situatie is. Jij bent nimmer een situatie, jij en ik zijn niet statisch in onze manifestatie en dus zijn wij niet een probleem omdat een probleem een statische situatie verondersteld waarin ‘je’ gevangen zit. Zie dus dat dit gevoel van gevangen zijn een illusie is. Je bent altijd ongeketend geweest en zal dat ook altijd zijn omdat onze essentie niet-objectief van aard is. Dus niets kan jou en mij vangen, jij kan nimmer aan iets of iemand toe behoren want jij behoort alleen jezelf toe.

In de problemen zitten is dus niets anders dan jezelf vastketenen aan een idee.