De droom die zichzelf droomt: dat is wat ik ben.
Wie ben ik? De wereld verschijnt in mij, maar wie of wat is die ik? Er is in ieder geval wel degelijk de realisatie van mijzelf, oftewel Ik. Wat verschijnt in mij? Is dat iets wat zich aan mij toont? Is het überhaupt mogelijk dat een verschijning een substraat nodig heeft of is de verschijning in zichzelf al voldoende om te bestaan?
De essentie van dit zijn is in een zekere zin een licht dat er voor zorgt dat alles wat er is aan mij verschijnt.

Welnu wat is vanuit deze optiek dan bestaan? Dat ligt er aan wat je onder bestaan opvat: als bestaan betekent dat er iets is wat wel of niet afhankelijk van mijn waarnemen er is, dan wordt het bewijs leveren voor het bestaan zonder te verschijnen wel erg problematisch want is het namelijk wel mogelijk te spreken van een bestaan zonder een ervaren daarvan? Voor hetzelfde geld bestaat er nu een gruftelisser die ik niet waarneem (bijvoorbeeld in een andere dimensie) en dat is nog los van de vraag waar die gruftelisser zich bevind.
Zie je wat dit betekend? Het bestaan is nergens anders dan in dat geval ik me dat bestaan ervan waarneem of bewust ben want wie heeft het nu over een gruftelisser? Juist ja IK! En of de wereld nu wel of niet verschijnt, ik ben er nog steeds.

Het moeilijke hieraan is dat ik mezelf zonder wereld niet gewaar ben, ik ben dan in een zekere zin niet meer want zelf wat in zichzelf keert lost op.
Dat is de kern van Advaita: niet-gedeeld, heel, te weten heel in aanschouwen en het tegendeel ervan (transcenderen van de dualiteit). Dualiteit lost op in absoluutheid en daarmee stopt ook elk gewaarzijn van mij.