Als iemand een oordeel, commentaar of een opmerking heeft op jou, dan is dat altijd commentaar op het beeld wat die ander van jou heeft. Er kan nimmer commentaar op ‘mij’ zijn, want wat ik ben is elk moment iets anders. (onze lichamen zijn constant in beweging en elk moment van de dag worden cellen in ons geboren of gaan dood) Wat ik ben is dus niet de herinnering die iemand van mij heeft.

Dus alle commentaar of kritiek die iemand uit, is commentaar en kritiek op het beeld wat iemand van jou heeft. Met andere woorden er is nimmer en nooit commentaar op wie je bent, want wat je bent is niet te beschrijven in objectiviteit.

Wie of wat een mens is, is niet de woorden of beelden die anderen van hem of haar hebben. Dat zijn een soort echo’s die in de herinnering van diegene na-echoën. Al die zaken zijn objecten in ons bewustzijn, objecten die een afspiegeling waren van het moment dat dat er was waarvan een afdruk is achtergebleven in het geheugen, en het geheugen is niet het leven zelf maar is als een soort spiegel die de opgeroepen beelden weerspiegeld.

Met woorden is het feitelijk ondoenlijk om de realiteit te beschrijven omdat de realiteit als water door je handen glipt en niet vast te houden is.

Als iemand commentaar of een opmerking naar je maakt vormt zich op dat moment een beeld voor je geestesoog en als je je daardoor aangesproken voelt en je vanuit die aangesprokenheid ermee gaat vereenzelvigen dat word de uiting van die ander ook op dat moment door jezelf zo ervaren en dan voel je je aangesproken. Zie dus dat alle aanspraak gebaseerd is op beelden in de geest, en zie en begrijp dan ook dat jij daarvan bewust bent en dus niet dat beeld kan zijn. JIJ word niet aangesproken maar bewustzijn spreekt met zichzelf door de vorm die wij elk afzonderlijk lijken te zijn. het paradoxale van dit geheel is dat er geen communicatie kan zijn wanneer er geen vorm tegenover vorm elkaar aanschouwt.

Ik ben me er van bewust dat ik me nu nogal creatief bedien van de taal maar dat is gewoonweg nodig om dat over te brengen wat niet direct onder woorden te brengen is.

Dus even terug naar de uiting die iemand naar je doet in de vorm van een opmerking. Deze opmerking maakt iemand omdat er iets is waargenomen wat iets doet in die mens, de opmerking is een reactie op dat. Dit alles vind plaats binnenin de geest van die andere mens. Tot aan de mondelinge vorming van woorden is dit proces een innerlijk proces. vanaf het moment dat de woorden worden gevormd en een fractie later in mij worden waargenomen en gedecodeerd is de informatie ongedefinieerd, maar wanneer de decodering van de woorden in mij is uitgevoerd is de informatie als vorm in mijn geest. dit alles is nog altijd van een onpersoonlijke aard. Iets word pas persoonlijk wanneer er een identificatie met deze vorm optreed en het als een energievorm in mij iets doen met de energievorm die ik op dat moment ben.

Dit alles is in wezen allemaal energie in beweging, wat bewustzijn in wezen is. Het wonderlijke fenomeen van gewaarworden treed op zoals wij dat elk moment van onze waak- en droom toestand kennen. Hoe dit gewaar zijn in elkaar steekt en waarom het gebeurt is de grote onbekende in ons weten, maar een ding is duidelijk: dit hele gebeuren is wat IK ben. Niet als een klein persoonlijk, afgescheiden ikje, maar als een onpersoonlijk direct gewaar zijn.