De titels zegt het al: dit schrijven behandelt het onderwerp aandacht. Aandacht is een bijzonder ongrijpbaar fenomeen want aandacht is een vluchtig ‘iets’, strikt genomen is het niet eens iets want aandacht is namelijk een soort samenspel van het lichaam-geest systeem en dat wat we niet kunnen duiden. Nu kan ik me voorstellen dat u met dat argumenten niet direct overtuigd bent dus laten we samen eens een proef doen:

Stel; U bent een kind dat nog niet eerder vuur heeft ervaren. Wanneer u voor het eerst vuur meemaakt zal u waarschijnlijk gefascineerd zijn en het willen onderzoeken. U zal nog niet lichamelijk hebben ervaren hoe het is om pijn te ervaren van een verbranding van bijvoorbeeld de hand. Pas als je het ervaart zal je weten wat die pijn is.

Dit voorbeeld verklaard het volgende: het lichaam weet ‘van zichzelf’ voor de ervaring niets van de mogelijke sensatie die op een fysieke ervaring volgt. Datgene wat de ervaring van in dit voorbeeld pijn heeft is echter niet iets puur fysieks, het is een samenspel van het lichaam-geest systeem met het levende aspect van het wezen wat hier-en-nu belichaam is. Dit weten wij door het feit dat een dood lichaam geen pijn, geluk of wat dan ook kan ervaren.

Dus de grote vraag is: waar is die ervaring? of kan er niet gesproken worden van ‘waar’ aangezien de inhoud van het ervaren zelf ook niet fysiek lijkt te zijn?

Een ding is zeker; het gebeuren is een samenspel van het lichaam-geest systeem en het levende aspect wat ons doet leven. wellicht is het een fenomeen wat zich afspeelt op subtielere niveaus van de energetische realiteit. de Ayurveda en de chakra leer spreken namelijk van subtiele lichamen.

Los van het feit hoe we deze vraagstelling dan ook bekijken; er is op elk niveau hoe je er dan ook tegenaan kijkt een weten dat jij en ik dit alles gewaar zijn. weliswaar zijn we dit alles gewaar vanuit onze privé kijk op de wereld maar het is wel een gezamenlijke onderneming aangezien wij met elkaar kunnen communiceren en er zinnig met elkaar over kunnen communiceren wat verondersteld dat er een gezamenlijke basis is van waar uit de gewaarwording haar ‘input’ krijgt. (filosofisch gezien kan het nog altijd een solipsisme zijn ()) maar het feit dat wij elkaar gewaar zijn inclusief de wereld geeft in ieder geval aan dat dat alles zich in mijn Geest ‘bevind’ los van de vraag of ik dit moet betwijfelen of anders moet benaderen.

Het feit dat alles zich in de Geest ‘bevind’ doet ons enkele interessante vragen opwerpen:

  • Is de Geest enkelvoudig of zo meervoudig als dat er input systemen (lees belichaamde bewuste wezens) zijn?
  • is de beleving van de fysieke realiteit een afspiegeling daarvan? zo ja welke hoedanigheid heeft het geestelijke dan?, Zo nee, welke hoedanigheid heeft het geestelijke dan?
  • wanneer de vorige vraag met ja wordt beantwoord komt de volgende conclusie naar boven: de realiteit is dualistisch van nature, maar indien dit zo is: hoe kan het ene dan contact hebben met het andere en hoe werkt dat dan?

Al deze vragen leiden tot meer vragen en mijn intuïtie zegt me dat dit een doodlopende weg is in die zin dat ze ons nooit afdoende antwoorden geeft. los van die intuïtie is er nog de grote vraag hoe het dan zit met die ‘getuige’ die dit alles aanschouwd? hoe je het ook bekijkt: wanneer je het vraagstuk van de beleving wil beantwoorden komt er altijd die getuige of onderlaag naar boven die dan ook weer verklaard moet worden en dit alles blijft zich als een soort lus in de geest herhalen. Het is dit inzicht wat ons er dan ook toe leid dat de geest zichzelf bezig lijkt te houden met balletjes opwerpen en daarmee spelen.

Nu kan u zich afvragen: wat heeft dit alles nu met de titel van dit stuk van doen? welnu het volgende: de getuige IS de aandacht die alles wat zich voor haar voetlicht verschijnt doet beleven van dat. dat weet je ook uit eigen ervaring: daar waar de aandacht naar toe is gericht is al het andere verdwenen, totdat de aandacht zich daar weer op vestigt. De aandacht voedt de beleving en in die aandacht ontstaat ook de reflectie over dat wat waargenomen is. Het is als het oog van Sauron uit Mordor van ‘lord of the rings’.

De aandacht zelf heeft geen drager, ze is het bewustzijn zelf wat zich focust en daarmee de illusie schept dat er een waarnemer is. dit ‘Zelf’ is wat wij aanduiden als ‘Ik’, het is in dit bewustzijn waar alle beleving ‘plaatsvind’ maar daar is dus wel de wereld en de belichaamde staat van zijn voor nodig om dat te bewerkstelligen.

Dit lijkt een afdoende antwoord maar er is een grote MAAR, ook het lichaam is een gewaarwording in het bewustzijn, en zoals we net hebben gezien met de vraag naar de beleving is er wat betreft het lichaam hetzelfde aan de hand: ook het lichaam dient vanuit de vraagstelling weer verklaard te worden en als we veronderstellen dat er een lichaam is wat los staat van de beleving en er op een onverklaarbare manier mee in contact staat (wat dan ook weer verklaard moet worden) dat rijst de vraag: als het lichaam iets anders is dan de geest, dan zijn lichaam en geest twee verschillende substanties en hebben twee dimensies zie hier dat de geest weer dezelfde truc uithaalt als die bij de beleving: het is een in zichzelf gekeerde lus die de illusie geeft van twee, maar feitelijk een geheel is. Zie maar: wanneer de aandacht uit gaat naar bijvoorbeeld een glas, is er op dat moment in de beleving alleen dat glas, pas wanneer je je realiseert dat jij het glas observeert word je je bewust van het observeren zelf en het middel waarmee je dat doet. denk eens aan je hoofd: je leest nu dit en bent je bewust van dit wat je leest en waarmee het geschrevene is vorm gegeven maar ben je je ook bewust van je oog en de opbouw van de zinnen enz. Nee! pas als je aandacht zich er op richt is datgene daar wat je daar verwacht aan te treffen.

De conclusie (als je dat zo nog mag noemen) mag naar mijn idee duidelijk zijn: dat wat in de aandacht (het gerichte bewustzijn) valt is daar zo lang de aandacht er op gevestigd is, wanneer de aandacht zich verschuift naar iets anders, is dat andere daar, los van de vraag of daar een losstaande realiteit onder ligt (die dan weer verklaar dient te worden) kan er geconcludeerd worden dat alles bestaat binnenin de aandachtssfeer van het bewustzijn, en dit bestaan is niet te verifiëren op een andere manier dan door het gewaar zijn zelf. (onze gehele wetenschap is gebaseerd op zintuigelijke waarneming, oftewel dat wat in de aandacht van de waarnemer of wetenschapper valt en daarmee objectiveerbaar is)

Al bestaat er een realiteit los van mijn- en jouw gewaarwording, dan nog zou het die realiteit een worst wezen wat jij van haar vind of beleeft, of ze op dat moment in jouw gewaarzijn verschijnt of niet.

Het enige waar je zeker van bent is het feit dat je bent en vanuit die hoedanigheid, en dankzij die hoedanigheid de beleving hebt zoals je die hebt. jij en ik leggen er onze ‘ziel en zaligheid’ in en het geluk, pijn en plezier wat wij er in beleven is de onze, niets of niemand kan je dit toedoen of van je afnemen, dat is van jou zo lang je er plezier in hebt of niet, in ieder geval zo lang je je in dit lichamelijk bestaan doet vinden.

Advertenties