De geest verdwaalt in zichzelf, en gaat dan op zoek naar zichzelf. De geest ziet niet dat ze zelf een tijdelijk, veranderlijk fenomeen is, telkens zich weer uitdrukkend in beelden, geluiden, tastzin, smaak en geuren.

De ‘Geest’ is in een soort continue staat van dronkenschap van zichzelf, de ultieme zelfbevrediging.