Wanneer een baby ter wereld komt, is dit organisme nog niet zelfbewust. Het lichaam heeft wel al een basis programmering. Dankzij deze programmering is het lichaam in staat om zichzelf tot op een zekere hoogte te bedruipen. Deze programmering werkt op basis van patroon herkenning, dat wil zeggen dat hij op basis van patronen, welke met de zintuigen in combinatie met het logisch denken wordt ontvangen, herkende patronen opslaat in het geheugen. Bijvoorbeeld de automatische terug trek reactie van een hand wanneer er pijn gevoeld wordt aan een vinger. Deze koppeling is een directe koppeling in het geheugen. Na verloop van tijd is de graad van complexiteit zo hoog geworden, dat er herkenning van het bewust zijn in zichzelf is. Het bewust zijn herkent zichzelf in de patronen en er wordt een koppeling gemaakt tussen deze erkenning en het lichaam-Geest organisme. Deze koppeling is een virtuele koppeling welke basis is voor het ontstaan van wat we psyche noemen. Na verloop van tijd ontstaat in het geheugen dus ook een beeld van directe en virtuele koppelingen door elkaar heen lopend, een soort verhaal vormend. Deze verhalende patronen gaan een belangrijke rol spelen in het sociaal functioneren van het lichaam-Geest organisme, en dankzij deze functies is het wezen in staat om complexe handelingen en communicatie uit te voeren.

De gehele zelf realisatie draait om het herkennen van de eerste virtuele link. Dit vergt moed en doorzettingsvermogen want het gaat linea-recta in tegen alle opvattingen die de ego constructie (welke tegen die tijd tot een enorm complex is uitgegroeid) over zichzelf heeft.

Dit is dan ook de weg die de Boeddha beschrijft wanneer hij zittend onder de body boom het duel met Mara aangaat. Mara (de god van de illusie) stuurt al het mogelijke verleidende ‘materiaal’ op de Boeddha af in een poging hem om te krijgen en zich weer te laten wegzakken in de whirlpool van alledag maar de Boeddha heeft de boel doorzien en weet dat Mara de pure tegenpool is van het Zelf, Mara is dus met andere woorden de afwezigheid van Zelf (inzicht) in de getoonde wereld van objecten welke onze zintuigen ons elk moment van de waak- en slaap toestand voorschotelen. Wanneer je weet en mogelijk het licht wat je bent hebt ervaren, weet je dat Mara de afwezigheid is van dat licht wat elke verschijning in haar ware aard laat zien.

Wanneer je je realiseert dat je noch de verschijning bent, noch de waarnemer ervan, maar dat je de essentie bent die de on-grond van alle dingen is, dan word het duidelijk dat de wereld van de verschijnselen een creatie is van het bewuste Zijn welke zich aldus toont als deze. Deze wereld is het spel van de verschijnselen, de spontane creatie van vorm welke zich toont in ruimte en tijd. dit spel word met een Sanskrit woord Lila genoemd en dat spel speelt het bewustzijn met zichzelf. bewustzijn is zelf ook nog altijd manifestatie dus maak niet de fout te beweren dat bewustzijn je ware aard is, bewustzijn is het komen en gaan van het gewaarzijn wat in zichzelf op een voor de Geest onbegrijpelijke manier zich toont en weer verdwijnt, telkens weer in een andere vorm om zichzelf te plezieren en ervaren.

Manifestatie is een eindeloze herhaling van mijzelf in vorm

Elke beleving in vorm is er zo lang de vorm bestaat en met prana of chi begiftigd is, wanneer de vorm haar dansje heeft gedaan verdwijnt ze, en komt er een andere nieuwe vorm op die weer bewust is van de verschijning, dit is het spel wat de boeddhisten ‘het rad van wedergeboorte’ noemen en het is het spel omwille van het spel. weet dat je altijd bent want als je niet bent is er geen beleven…