Men kan zich afvragen wat dit nu voor een vraag is, is het niet duidelijk dat de alledaagse realiteit DE realiteit is? word me dan vaak toegeworpen. Hoe kan het dat ik daar zo mijn twijfels over heb of er wellicht in vergelijking met anderen een andere mening op na houdt?

Sprekend over Realiteit dan kan ieder mens zich afvragen of er iets anders is dan DIT wat er nu is.

De aloude vraag naar de realiteit is in wezen een vraag naar de hoedanigheid van het bestaan. In dit schrijven zal ik een poging ondernemen om aan de hand van logisch denken en met het leggen van verbanden met concrete zaken een beeld te vormen van deze vraag.

Wat is een vraag?

Allereerst moet “de vraag” zelf (niet op inhoud) onderzocht worden naar de reden van het stellen ervan en dit onderzoek start met een onderzoek naar het wezen ‘vraag’ zelf.

Wat zijn vragen en wat is de oorsprong daarvan?

Als eerste kunnen we vaststellen dat een vraag niet ‘iets concreet’ is, een vraag is een ‘product van denken’ de reden dat ik in deze tekst zo veel aanhalingstekens gebruik is gelegen in het onderzoeken zelf.

Onderzoek naar de oorsprong van de vraag: ‘wat is realiteit’

Een gedegen onderzoek start nooit met aannames en gaat als eerste uit van een idee dat alles wat zich voordoet betwijfelbaar is. Waarom is dit zo? twijfel houdt in wezen in dat er in het gewaarzijn (laten we even aannemen dat gewaarzijn er gewoonweg is omdat dit nu immers de ingrond is van alles wat zich aan mij voordoet) een weten is dat er niet één object in het gewaarzijn is maar twee of meer. De reden hiervoor is dat gewaarzijn namelijk altijd een Subject-Object relatie in het bewustzijn is, maar tegelijkertijd ben ik me er van bewust dat ik met dergelijke uitspraken direct een hele berg vooronderstellingen maak, dit zijn:

• De veronderstelling van een Subject

• De veronderstelling van een Object

• De veronderstelling van het bestaan van gewaar zijn

• Het poneren van zoiets als ‘een relatie’

Daarnaast is er nog de vraag naar het wezen van een idee, laten we daar dan als eerste mee beginnen: Een idee is datgene wat zich aan ons Geestesoog toont. Nu is dit een onvoldoende definitie omdat namelijk alle zintuigelijke gewaarzijn zich ook aan ons Geestesoog voordoet, dus wat is het verschil tussen een idee en zintuigelijke gewaarwording en hoe kunen wij weten wat nu wat is?

Over een idee kunen we het volgende noteren:

• Een idee heeft geen counterpart in de objectieve wereld

• De helderheid en intensiteit waarmee een idee zich aan ons voordoet is van een andere orde dan zintuigelijke gewaarwordingsobjecten

• Een idee lijkt zich vrijwillig aan ons voor te doen, terwijl zintuigelijke gewaarwording deze eigenschap niet heeft

Een onlogische maar onontkoombare constatering

Is u iets opgevallen bij het maken van definities? een definitie gaat altijd uit van taal en begrippen welke in taal zijn vormgegeven, deze begrippen zouden eigenlijk ook weer gedefinieerd moeten worden willen wij consequent een definitie maken maar dat is weer het bekende kip-ei verhaal, waar begin je? aangezien een kip-ei verhaal logisch gezien niet opgelost kan worden, kan er hooguit opgemerkt worden dat het verhaal in zijn geheel wordt gezien, de vraag stellen ‘hoe en waar’ is weer een stap maken in de denksfeer terwijl het zien niet in de denksfeer zit maar daar ‘achter’ staat oftewel het denken transcendeerd.

Denksfeer

Wat zegt dit alles ons over realiteit en de excercitie van het definieren ervan? Het komt er op neer dat de denksfeer klaarblijkelijk deel is van iets groters wat we dan gewaarzijn of bewustzijn noemen. Nu komen we terug bij een van de uitgangspunten van de vraag: ‘wat is realiteit’, de vraag is gesteld vanuit de al eerder opgemerkte twijfel waarbij er een schijnbare subject-object relatie zou bestaan tussen waarnemen en de waarnemer. Vanwaar de twijfel? uit eerstehands informatie weten wij allemaal dat beelden die wij in de waak toestand zien en beelden die we in de droomtoestand ervaren ‘levensecht’ op ons over komen, toch is er een weten dat de gedroomde beelden niet echt zijn en wordt er een veronderstelling gemaakt dat de beelden welke wij in de waaktoestand binnen krijgen dat wel zijn, wat maakt het dat wij dat idee hebben?

Sherlock Holmes

Is het niet zo dat in het geval wij alle gewaarwording van echtheid zouden betwijfelen wij geen enkel houvast meer zouden hebben, en is dat dan niet realiteit in de werkelijke zin? Realiteit, zo hebben wij gedefinieerd, is dat wat boven elke twijfel verheven is. Dus de vraag kan zijn: ‘is de gewaarwording boven elke twijfel verheven?’ Aangezien we de droombeelden al betwijfelen geldt deze vraag nu alleen nog voor onze beelden uit de waaktoestand. Laten we daar eens een analyse op loslaten:

Uit onze dagelijkse ervaring weten wij dat onze ogen ons kunnen ‘bedriegen’ neem als voorbeeld het bekende verhaal van een stuk touw welke in het donker voor een slang word aangezien. Evenzo is het gesteld met ons gehoor: Soms horen wij stemmen in ons hooft waarbij er geen concrete aanwijzing is. Geuren en smaken kunnen wij ons voorstellen (wellicht niet altijd met een zelfde intensiteit dan bij een zintuigelijke stimulus) en ook de tastzin kan ons soms iets voorschotelen wat iets anders of imaginair blijkt te zijn. Met andere woorden wij kunnen ook aan onze zintuigen twijfelen! Daarmee komt de stelling van zojuist als een Sherlock Holmes conclusie naar voren: als elke mogelijke verklaring onjuist blijkt te zijn komt datgene wat hoogst onwaarschijnlijk maar onontkoombaar als werkelijke verklaring naar boven.

Conclusie?

Absolute Realiteit blijkt dus een niet-te-definieren staat van Zijn te zijn waarbij het denken geen enkel houvast heeft.

Hoe staat het dan met ons alledaagse bewustzijn in relatie tot realiteit? Objectief blijkt er dus geen verschil maar relatief gezien is ons alledaagse gewaarzijn een kwestie van standpunt en perspectief. Vanuit het standpunt van een mens is alles wat men gewaar is reëel aangezien wij ons daar op verlaten en niet anders kunnen dan zo, maar dat is dus alleen vanuit jouw unieke standpunt en daarmee is ‘de realiteit’ dus jouw realiteit en niet die van de ander! Hoe kunnen we dan nog met elkaar spreken over reëel en waarheid? we kunnen niet anders dan aannemen dat de ander de wereld net zo of anders in gelijke mate zo ervaart zoals ik dat doe. valt daar iets uit te leren? ja; realiteit is voor ons onderling een afstemming ongeacht de representatie ervan in jou en mij en daar moeten we het mee doen.

Advertenties