Wanneer we spreken over bewijs leveren betekent dit dat het ene in het andere wordt uitgedrukt. Toch rijst telkens bij dit soort exercities de vraag: dit is dat? Wanneer je het ene in het andere uitdrukt zeg je dus feitelijk dit is gelijk aan dat. Maar je directe gewaarwording zegt iets heel anders. Deze zegt dat dit dit is en dat dat. De moeilijkheid met het leveren van bewijzen is dat er feitelijk nimmer aangetoond kan worden dat dit dat is. Als gesteld in het logisch positivisme van de filosofie kan hooguit een hoge waarschijnlijkheid worden gevonden bij het optreden van dit met dat.

Komen we nu bij de vraag: ‘wie ben ik?’ Dan is het antwoord van de al-oude wijsheden en geschriften ‘jij bent dat’ En dat is niet anders uit te drukken dan dat.

Het ironische aan zelfrealisatie is dat je dat bent maar omdat te kunnen ervaren er een standpunt ingenomen moet worden. Dat standpunt is in de meest letterlijke zin je fysieke lichaam en op een bepaald soort logische manier vereenzelvigen wij ons met dit lichaam omdat de wereld bezien wordt vanuit dit standpunt.

Het problematische bij het innemen van dat standpunt is dat dit standpunt alles bepalend wordt voor het gewaar zijn waarin ik mezelf volledig weerspiegelt zie maar omdat ik probeer grip te krijgen op het gebeuren ik mezelf dus identificeer met dat wat het meest voorhanden is en het het meest logisch doet voorkomen als zijnde ik.

Het punt is: wat je bent is dat maar hoe dat te ervaren is kan op ontelbare verschillende manieren afhankelijk van de manier waarop het gemanifesteerde zich bewust is van het feit gemanifesteerd te zijn temidden van objecten.

Met andere woorden: dat wat je bent is één of beter: non-duaal, maar dat wat ervaren kan worden als zijnde ‘Dat’ is oneindig.

Of weer anders uitgedrukt: Dat wat je bent is Dat, maar Dat ervaren is oneindig.

Ons denken houdt van intellectuele hoogstandjes en zegt dan: ‘is dat het???’ Het kan niet begrijpen dat de hoogste kennis tegelijk de eenvoudigste uitdrukkingen kan hebben.

Deze uitdrukking slaat een brug tussen het ervaren van eindigheid en oneindigheid door te stellen dat ‘Dat’ wat in essentie on-uitdrukbaar is gelijk te stellen met de oneindige ervaring welke zich voordoet in alle wezens ten aller tijden.