Wanneer je je vereenzelvigd met zintuigelijkheid in de breedste zin van het woord (hieronder versta ik alle zintuigelijke input inclusief alle afgeleiden daarvan, te weten: denken en voelen), leg je je identiteit in die objecten en fragmenteer je jezelf in ontelbare fragmentjes. Dit ‘beeld’ roept activiteit op in de vorm van vertrouwen/ wantrouwen, begeerte/ afgrijzen enz. Met andere woorden wanneer je je vereenzelvigd met zintuigelijkheid werp je (je idee van) jezelf in dualiteit. Vanuit deze relatieve waarheid lijkt alles zoals de meeste mensen het ervaren: ik-jij, mijn/niet-mijn enz.

Dualiteit heeft alles van doen met waarnemen, en waarnemen kan alleen als er contrasten zijn. Deze contrasten worden waargenomen en dan volgt daarop de ver-een-zelf-iging.

Zie dus dat het opgaand in de dualiteit (ofwel de dingen) ons het gevoel van afgescheidenheid geeft en dat daaruit dan weer lijden ontstaat.

In wezen is zelfrealisatie dus niet veel meer dan je eigen ongeloof doorzien.