Ik ben in ogenschijnlijke dualiteit onscheidbaar van mijzelf. Omdat ik oneindig van mijzelf houd zal ik oneindig mezelf liefhebben en dit als zodanig ervaren als Zelf.

In een extatisch moment ben ik daar als geheel en dus heel en onbegrijpelijk.

Wil je me begrijpen dan zou je je buiten mij moeten plaatsen wat onmogelijk is,

Daardoor is alle kennis onwerkelijk omdat ze alleen de verschijning van mijn Zelf kan beschrijven en dus nimmer ECHTE kennis kan zijn noch worden.

Ieder mens weet intuïtief dat hij/zij bestaat. Dit weten gaat boven objectieve kennis uit daar wij ons als IK in elke ervaring terugvinden als de IK die nooit veranderd. Kijk zelf maar de IK die je kent als 5-jarige en de IK die je als momenteel kennend subject nu ervaart is een-en-dezelfde ondeelbaar en onbepaald. Schijnbaar hier als een levend individu maar ook dat is een gekend object wat niet zonder de kenner zou kunnen bestaan. Dus omdat IK onbepaald is, kan ze niet deelbaar zijn en zijn alle gekende ikken een-en dezelfde ongeachte de schijnbare verdeeldheid als jij en ik.

De mens moet leren inzien dat ze altijd EEN is en nu als gift aan zichzelf de schijnbare individualiteit heeft geschonken om zichzelf als zelf te ervaren.

Alle zin en onzin in de wereld is onmogelijk te bevatten vanuit de Metafysische realiteit die jijzelf bent. Je vecht tegen jezelf die je dan, omwille van het spel zo werkelijk mogelijk te kunnen spelen, buiten jezelf projecteert. Alles wat je zegt, doet en voelt ben jezelf, dat hoorde je als kind al op school en het is waar! Als kind had je geen notie van een wereld die onafhankelijk van jou bestaat, je hebt dit (moeten) aanleren en sindsdien is het voor jou en iedereen een ongeschreven regel geworden die niet gebroken mag worden. Omwille van deze regel ben je jezelf als een individu gaan beschouwen en is het spelletje van vergelijken een vermakelijk spel geworden waar telkens opnieuw de grenzen van opgezocht moeten worden wil het spel zijn aantrekkingskracht blijven behouden.

Je hebt jezelf opgesloten in een denkbeeldige wereld en,aangezien je jezelf als referentie gebruikt, heb je jezelf als rechter opgeworpen om ‘recht te spreken’ over jouw waarheid (althans wat jij beschouwd als jouw waarheid)

In die beweging ben je zelfs zo ver gegaan dat je alles wat niet als jijzelf beschouwd bij voorbaat wantrouwt en als potentieel gevaarlijk aanmerkt.

Dus wanneer iemand die op jou als betrouwbaar overkomt je verteld dat jij als individu gevaar loopt ben je geneigd dit te geloven en wanneer je allerlei informatie krijgt aangereikt die dit beeld lijkt te bevestigen is het heel ‘natuurlijk’ dat je jezelf gaat verdedigen en beschermen.

Er wanneer het gevaarlijke blijft aanhouden, is het niet vreemd dat je de aanhouder ervan onsympathiek of zelf gevaarlijk gaat zien met alle gevolgen van dien.

Wil dit spel ophouden dan zal ieder mens moeten leren inzien dat je nooit een echt individu bent geweest, dat je ondeelbaar bent, dat je ‘iets’ bent wat in oneindige vormen opkomt, bestaat en weer vergaat, zonder daadwerkelijk te verdwijnen.

De mens moet zijn menselijke waardigheid opnieuw realiseren en stoppen ‘de ander’ als gevaar, als misdadiger of als ‘het kwaad’ te benaderen in de realisatie dat ze jij is in een andere vorm, omdat je zo van die vorm houdt vanuit een essentie die IS, bewust is en gelukzalig is wanneer ze zich realiseert dat ze oneindig en onuitsprekelijk liefde is.